Van nature angstige vrouwen hebben bij borstsparende chirurgie een grotere kans op een slechtere kwaliteit van leven na de behandeling dan niet-angstige vrouwen. Daarom moet de karakterstructuur van vrouwen met borstkanker meewegen in het behandeladvies van chirurgen. Dat concludeert chirurg Lideke van der Steeg uit promotieonderzoek waarop ze in juni 2007 aan de Universiteit van Tilburg promoveert.
In tegenstelling tot wat meestal wordt aangenomen, leidt de keuze voor een borstsparende operatie in plaats van een amputatie bij borstkanker niet per definitie tot een betere kwaliteit van leven. Uit het onderzoek van Van der Steeg blijkt dat het type chirurgische behandeling geen invloed heeft op de kwaliteit van leven.
De persoonlijkheid van de vrouw is doorslaggevend voor de kwaliteit van leven na de behandeling. Angstige vrouwen zouden in dat opzicht beter kunnen kiezen voor een volledige amputatie. Zij hebben na een borstsparende operatie een slechtere kwaliteit van leven dan vrouwen die van nature niet angstig zijn.
Bij vrouwen die een volledige amputatie hebben ondergaan, speelt angst een veel minder grote rol.
Van der Steeg, die zich momenteel specialiseert tot kinderchirurg in het Kinderchirurgisch Centrum Amsterdam, voerde haar onderzoek samen met de vakgroep Medische Psychologie van de Universiteit van Tilburg uit in het St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg.